Het Leenstelsel

Wat houdt ’t leenstelsel in?

Op 20 januari is het wetsvoorstel voor het leenstelsel aangenomen door de Eerste Kamer. Dit betekent dat alle nieuwe studenten die vanaf 1 september 2015 met een opleiding in het hoger onderwijs beginnen hun basisbeurs verliezen. Ook huidige bachelor studenten die vanaf 1 september beginnen met hun master raken de basisbeurs kwijt. De aanvullende beurs en de OV-kaarten blijven wel bestaan. Het JIP jongerencentrum vindt het van groot belang dat alle betrokken bij het leenstelsel hierover zo goed mogelijk zijn geïnformeerd. Daarom vind je hier antwoorden op de vele vragen omtrent deze wetswijziging.

 

Wat veranderd er voor studenten door het leenstelsel?

Na maandenlang onderhandelen tussen het kabinet, D66 en GroenLinks is het nu echt een feit: per 1 september 2015 verdwijnt de basisbeurs voor studenten en wordt een (sociaal) leenstelsel. Dit geldt voor alle studenten die vanaf het studiejaar 2015/2016 aan een bachelor studie beginnen en voor het eerst studiefinanciering aanvragen of aan hun masterfase beginnen, zij krijgen geen basisbeurs meer maar zullen moeten gaan lenen. De belangrijkste veranderingen:

 

Basisbeurs wordt studievoorschot.

De basisbeurs voor alle studenten vervalt, ongeacht het inkomen van hun ouders. Deze wordt vervangen door wat de overheid een studievoorschot noemt. Het studievoorschot zal bestaan uit een lening en een collegegeldkrediet, met een maximum van 987 euro per maand. Wanneer de ouders van studenten minder dan 46.000 euro per jaar verdienen komt daar nog een aanvullende beurs bij. Deze beurs kan oplopen tot 365 euro per maand wanneer de ouders minder dan 30.000 euro per jaar verdienen.

 

De aanvullende beurs hoeft net zoals bij de oude studiefinanciering niet terugbetaald te worden op het moment dat de studie succesvol binnen 10 jaar afgerond wordt. De bedragen blijven verder gelijk, het maximale studievoorschot is even hoog als de basisbeurs, maximale lening en het collegegeldkrediet van nu samen.

 

OV-jaarkaart blijft behouden

Waar de basisbeurs wordt afgeschaft blijft de ov-jaarkaart wel behouden. En ook minderjarige mbo-studenten hebben vanaf 1 september 2015 recht op een ov-jaarkaart, Voor de ov-jaarkaart blijft ook gelden dat het alleen een gift is wanneer de studie binnen 10 jaar succesvol afgerond wordt.

 

Afbetalingstermijn langer

De termijn waarin de lening afgelost moet worden wordt verlengd van 15 naar 35 jaar. De aflossing wordt als volgt berekend: je maandloon wordt verminderd met het minimumloon en van het bedrag dat overblijft betaal je tot maximaal 4% van je totale maandloon af. Je hoeft dus pas af te lossen wanneer je meer verdient dan het minimumloon.

 

Waarom verandert dit?

De belangrijkste reden is dat de overheid geld wil besparen en verwacht dat er met de invoering van het leenstelsel een miljard euro vrij komt. Het ministerie schrijft dat dit geld vervolgens vrijgemaakt zal worden en zoals afgesproken weer in het onderwijs geïnvesteerd zal worden.  Volgens Minister Bussemaker zorgt dit voor een eerlijk, rechtvaardig, doelmatig en toekomstbestendig studiefinancieringsstelsel. Dit omdat iemand die aan de hogeschool of universiteit studeert later gemiddeld anderhalf tot twee keer zo veel zal gaan verdienen dan iemand die geen hoger onderwijs heeft gehad. Het studievoorschot moet volgens de overheid dus gezien worden als een verantwoorde investering in jezelf.

 

Aflossen / studie schuld.

Tenzij je het geld ergens anders vandaan kunt halen (bijvoorbeeld van je ouders, of door een bijbaan te nemen), moet je vanaf 1 september 2015 dus gaan lenen om je studie te kunnen betalen. De kans is dan ook groot dat je aan het eind van je studie met een enorme studieschuld zit. Maar daar staat wel wat tegenover: in plaats van 15 jaar, mag je nu 35 jaar doen over de aflossing van je schuld. Je hoeft pas te beginnen met aflossen als je (meer dan) het minimumloon verdient, en je maandelijkse aflosbedrag is nooit meer dan 4% van je inkomen. Je kunt er uiteraard wel zelf voor kiezen om meer af te lossen, dat scheelt immers flink wat rente. Ook kun je vijf zogenaamde ‘jokerjaren’ inzetten: mocht je een financieel slecht jaar hebben, dan kun je de aflossing van je schuld tijdelijk stopzetten.

 

Nog meer extraatjes over het leenstelsel

Onder het huidige stelsel van studiefinanciering mogen studenten niet te veel bijverdienen, anders verliezen ze hun recht op de basisbeurs. Deze regel verdwijnt per 1 september 2015. Studenten die onder het stelsel van het studievoorschot vallen, mogen dus zo veel bijverdienen als ze willen.

 

Verder krijgen studenten die in de komende vier jaar beginnen met studeren een ‘tegoedbon’ voor bijscholing, ter waarde van ongeveer 2.000 euro. Dat bedrag kunnen ze vijf tot tien jaar na afstuderen gebruiken om zich bij te scholen. Bovendien wordt voor chronisch zieken en gehandicapten zo’n 1.200 euro kwijtgescholden als ze hun diploma binnen tien jaar halen.

 

Tot slot, een extraatje dat niet echt een extraatje is (al wordt het wel zo verkocht): het studentenreisproduct blijft. Het plan was ooit om dat ook af te schaffen, maar dat gaat niet door. Studenten kunnen dus ook na 1 september 2015 gratis reizen met het openbaar vervoer. Wat wél een extraatje is, is dat ook minderjarige mbo’ers toegang krijgen tot het studentenreisproduct.

 

Ben je nog niet voldoende geïnformeerd of heb je nog meer vragen? Veel gestelde vragen zijn te vinden op ISO.nl of kom even langs  bij ons inloopspreekuur. Je vind ons aan Wilgenhoflaan 2c in Beverwijk om met een medewerker van het JIP te praten. Het JIP is geopend op dinsdag- en donderdagmiddag van 14.00 tot 17.00 uur. Misschien dat wij er je iets over kunnen vertellen. Wil je liever niet langs komen kun je ons altijd bellen (0251-300397).