‘Hangjeugd zal altijd een probleem zijn’

‘Hangjeugd zal altijd een probleem zijn’

feb 22, 2016
Door
Nog geen Reactie

Afgelopen zaterdag (20 februari 2016) verscheen er in Dagblad Kennemerland een uitgebreid artikel van journalist Bart Vuijk over Nul251 ambulant jongerenwerker William Jordens met als titel ‘Hangjeugd zal altijd een probleem zijn’. In dit artikel schetst William een beeld van de hanggroepen in Beverwijk, wat zijn werk inhoud, waar hij zich zorgen over maakt en de uitdagingen die hij ziet . Hieronder een drietal scans van het artikel en de gehele tekst.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beverwijk  “Dagelijks hangen er honderden jongeren op straat in Beverwijk. Vooral ’s middags en ’s avonds. Van de groepen die ik ’s avonds tegenkom, is zestig procent in meerdere of mindere mate aan het blowen. Vaak gebeurt dat stiekem. Het probleem hangjeugd wordt nooit opgelost.”

Ambulant jongerenwerker William Jordens bij Stichting Welzijn Beverwijk schetst een zeer ongemakkelijke waarheid, waar veel volwassen Beverwijkers het liefst niet aan willen denken. Hangjongeren, dat begrip kent iedereen wel. Maar dat doet mijn kind toch niet? Vergis je niet, zegt Jordens. Hij kent ze van haver tot gort. Velen zien hangjeugd als een probleem, hij ziet het als een uitdaging om oplossingen te zoeken voor deze jongeren. Een uitdaging die steeds groter wordt. De groepen worden namelijk ook steeds groter. “Het is de laatste jaren veranderd. Vroeger had je vaste groepjes van acht, tien man, maar nu kom ik steeds vaker groepen tegen van dertig of veertig jongeren. Soms zelfs vijftig. Wat ook nieuw is: ze wisselen steeds van samenstelling. Je krijgt afsplitsingen, maar ze voegen zich ook weer samen. Als gevolg hiervan is het jongerenwerk ook flink veranderd. Met een groepje van acht tot vijftien jongeren kan ik nog wel wat, maar zo’n groep van veertig of vijftig man, daar kan ik niets meer mee. Dan kan alleen de politie nog wat doen.”
Soms zijn de groepen zo groot dat er als vanzelf rottigheid en overlast uit ontstaat. “Zoals laatst, toen de politie ingreep bij een grote groep die zich verzamelde bij de bibliotheek. Toen werden ze weggejaagd. Gevolg daarvan is dat ik dan weer opnieuw kan beginnen met mijn werk, want de groepen verzamelen zich dan weer ergens anders. Dus moet ik weer op zoek. Beverwijk heeft namelijk geen officiële hangplekken. Wat er nog het dichtst bij komt, is skatepark De Blauwe Kikker. Omdat er geen officiële hangpleken zijn, gaan ze samenklitten. Je krijgt zo mega-grote groepen.”
Waar ze hangen? Op plekken waar volwassenen geen last van ze hebben, anders worden ze al snel weggejaagd door de politie. “Momenteel zijn er drie of vier vaste hangplekken waar niemand last van ze heeft. Bij de vogelkooi in park Sche-ijbeeck kom ik ze vaak tegen, maar ook op de ‘driehoek’ tussen de Romerkerkweg, Kees Delfsweg en de Baanstraat. Tussen de huizen is daar een grasveld waar ze vaak staan.”

 

Cannabis
Iets anders dat de laatste tijd is verslechterd, is het alcohol- en drugsgebruik onder de hangende jongeren. Jordens somt op: “Veruit de meesten roken cannabis. Ik zie dertien- en veertienjarigen dat al doen; ik ken veertienjarigen die in een afkickkliniek zitten. Dat is al niet meer nieuw. Na cannabis komt xtc, en de poedervorm daarvan, mdma. Speed is ook populair, vooral omdat het goedkoop is. En dan is er ghb. Dat is wel in mindere mate, maar de gevolgen van gebruik hiervan zijn niet minder groot.”
Omdat Jordens in gesprekken met de jongeren heeft gemerkt dat ze geen idee hebben wat zij zichzelf aandoen met die drugs, gaat hij tweewekelijks op stap met een hulpverlener van verslavingszorg Brijder. Die vertelt de jongeren wat er met ze gebeurt als ze blijven gebruiken. Een boodschap die soms moeilijk doorkomt bij jongeren die apestoned zijn, merkt Jordens. ,,Eigenlijk moet die voorlichting thuis beginnen, en op school, al in groep 8. Er moet die kinderen verteld worden wat dit voor wereld is. Dat gebeurt bijna niet.”
Als jongerenwerker maakt hij contact met de jongeren door gewoon tussen ze in te gaan zitten.Te vragen hoe het met ze gaat, en eigenlijk in eerste instantie niet veel meer. “Je begeeft je in hun belevingswereld, en die is niet hetzelfde als die van de mensen die binnen in hun huis zitten en daar overlast van die jongeren ervaren. Voor mij voelt het als een andere wereld. ’s Avonds lijkt zo’n hanggroep wel een andere planeet. Mensen met hoodies (capuchons), die schichtig om zich heen kijken, en op bankjes zitten te roken. Het is een wereld met eigen wetten.”
Jordens is bij de meesten wel bekend. Ze accepteren hem, omdat hij zich niet boven de jongeren stelt. “Als ik mezelf beter zou voordoen dan een ander, ben ik ze meteen kwijt. Er zijn al genoeg mensen die ze vertellen wat ze wel en niet moeten doen. In de groepen heerst grote saamhorigheid. Ze zitten samen omdat ze zo hun plezier en hun leed kunnen delen.”
“Hoe krijg ik contact met ze? Door ze te respecteren en door geen oordeel over ze te vellen. Ze zullen mij dan weinig vertellen, maar het biedt ze wel de gelegenheid om op een ander moment toch hun verhaal te komen doen bij mij. Dan kan ik ze van advies dienen, informatie geven, of een verwijzing voor ze regelen.”

 

Vertrouwen
Pas als hij het vertrouwen van jongeren heeft gewonnen, gaan ze hem dingen vertellen. “Dan krijg je alles te horen. Laten ze je zelfs hun drugs zien.” Maar het gaat ook weleens mis. “Dan keert zo’n groepje zich tegen mij, wil niets met me te maken hebben. Dan kan ik niks me ze, dan ga ik weer verder. Het gebeurt overigens zelden hoor, dat ik ze tegen me krijg. Beverwijkse jongeren zijn best wel ‘lief’ vergeleken met de half-criminele hangjeugd waar ik vroeger zelf mee omging. Want ja, ook ik was ooit zelf zo’n hangjongere. En niet zo’n beetje ook.”

 

 

Bronvermelding: Dagblad Kennemerland – Bart Vuijk

 

 

 


  • Steun Nul251 & Oranjefonds

  • Nul251 Facebook